Hypotheekvormen
In principe zijn er drie hypotheekvormen. U betaalt altijd rente, maar het verschil zit in de aflossing. Bij de hypotheekvormen waarbij u niet hoeft af te lossen, betaalt u alleen rente. De aflossing wordt tot nader orde uitgesteld.
Bij alle andere hypotheekvormen moet de hypotheek na (meestal) dertig jaar worden afgelost. Hierbij valt nog een tweedeling te maken. Er zijn hypotheekvormen waarbij u de hypotheek gegarandeerd aflost en hypotheekvormen waarbij uw aflossing onzeker is, omdat uw geld wordt belegd en de resultaten daarvan pas aan het einde van de looptijd zeker zijn.
Hypotheekvorm 1: Niet aflossen
| aflossingsvrije hypotheek |
|
| krediethypotheek |
|
Hypotheekvorm 2: wel aflossen - met aflossingsgarantie
| spaarhypotheek of spaarvariant spaarbeleggingshypotheek |
|
| annuïteitenhypotheek |
|
| lineaire hypotheek |
|
Hypotheekvorm 3: wel aflossen - zonder aflossingsgarantie
| beleggingshypotheek of beleggingsvariant van de spaarbeleggingshypotheek |
|
| traditionele levenhypotheek |
|